Innovatiebeleid op nationaal niveau kan positieve effecten hebben voor andere lidstaten, bijvoorbeeld als die kunnen profiteren van de ontwikkeling van schone technologieën. Er zijn ook negatieve externe effecten van nationaal innovatiebeleid mogelijk, bijvoorbeeld als dat een gebrekkige bescherming biedt tegen imitatie van innovaties. Als dergelijke externe effecten spelen biedt innovatiebeleid op EU-niveau voordelen. Een Europese aanpak kan bovendien efficiënter zijn door schaalvoordelen in de uitvoering, zoals bij octrooibeleid. Een Europees innovatiebeleid betekent wel het verlies aan mogelijkheden voor lidstaten om aan te sluiten bij landspecifieke instituties of voorkeuren. Innovatiebeleid gericht op nationaal of regionaal opererende bedrijven kan daarom in principe het beste door de lidstaten zelf worden uitgevoerd. 

Dit concluderen de onderzoekers Albert van der Horst, Arjan Lejour en Bas Straathof in het onlangs verschenen CPB Document ‘Innovation policy: Europe or the Member States?’. De auteurs maken de balans op tussen de voordelen van Europees innovatiebeleid en de wenselijkheid van gericht beleid door individuele lidstaten. Diverse aspecten van innovatiebeleid, waaronder in deze studie ook wetenschapsbeleid wordt gerekend, passeren de revue, zoals onderzoek door universiteiten, overheidssubsidies voor innovatieve bedrijven en het octrooibeleid.  Ga naar http://www.cpb.nl/nl/news/2006_60.html of download het rapport hier:

 

 doc133.