Ard-Pieter de ManAPdeman

 

Rondom Open Innovatie staat de manager een aantal technieken ter beschikking: licensing, corporate venture capital, ‘crowd sourcing’, informele samenwerking. Een techniek die steeds belangrijker aan het worden is, is alliantievorming. Uit onderzoek blijkt dat managementwetenschappers heel eensgezind zijn over het positieve effect van samenwerking op innovatie. In het algemeen blijken samenwerkende bedrijven meer patenten te hebben en meer productintroducties te genereren.

Door allianties kunnen kosten en risico’s worden gedeeld, waardoor meer innovatieprojecten kunnen worden opgepakt. Dit geldt bijvoorbeeld voor de samenwerking van General Motors, BMW en Daimler die gericht is op het ontwikkelen van hybride motoren. De uitwisseling van kennis tussen partners stimuleert ook de creativiteit, waardoor nieuwe innovatieve ideeën ontstaan. Tenslotte kunnen door allianties ook verschillende industrietakken met elkaar verbonden worden, waardoor onverwachte combinaties kunnen ontstaan. De Senseo van Douwe Egberts en Philips is hiervan het bekendste voorbeeld.

Vandaar dat allianties populair zijn in een tijdperk van open innovatie. Daarbij vraagt de besturing van de alliantie wel de nodige aandacht. Het blijkt namelijk verre van eenvoudig te zijn om twee of meer verschillende bedrijven op elkaar af te stemmen. Met name in situaties waar innovatie van belang is, is dat vaak moeilijk. Innovatie is immers niet volgens een spoorboekje te managen. Een innovatie-alliantie zal dus continu moeten worden aangepast aan gewijzigde omstandigheden.

Die dynamiek is kenmerkend voor open innovatie. Voor alliantiemanagement betekent zij dat na het tekenen van een samenwerkingscontract, er continu moet worden bijgestuurd. De bedrijven met de meest succesvolle allianties benoemen daarom alliantiemanagers om in overleg en onderhandeling met een partner hun alliantie aan te passen. Ook besteden deze bedrijven veel aandacht aan de ‘zachte’ kant van samenwerken. Cultuur, persoonlijke relaties en vertrouwen kunnen een samenwerking maken of breken. Tenslotte voeren steeds meer bedrijven regelmatig een alliantie audit uit, waarbij zij in kaart brengen of doelen, commitments en voortgang worden gehaald. Door een alliantie door te lichten op strategische, culturele, financiële en innovatie-aspecten ontstaat dan een beeld of en hoe een alliantie moet worden veranderd.

Wanneer bedrijven dit soort technieken gebruiken, zijn ze succesvollere innoveerders. Het farmaceutische bedrijf Eli Lilly is een topper op het gebied van alliantiemanagement en heeft daardoor ook een vollere innovatiepijplijn dan andere farmaceuten. Kleine, innovatieve biotechbedrijven weten dat Eli Lilly goed is in samenwerken en bieden hun technologie dus graag daar aan. Opbouw van een samenwerkingsvaardigheid is dus van groot belang. Het vermogen samen te werken is immers het kenmerk bij uitstek van open innovatie.

Ard-Pieter de Man is hoogleraar Technische Bedrijfskunde aan de Technische Universiteit Eindhoven. Recentelijk verscheen zijn boek ‘Alliantiebesturing: Samenwerking als precisie-instrument’, waarin hij verder ingaat op de besturing van innovatieve samenwerkingsverbanden.

Zijn vorige boek,’The Network Economy: Strategy, Structure and Management”, is hier te bestellen:

http://www.e-elgar.co.uk/bookentry_main.lasso?id=3189